Reisuitdegrot.nl Grutte Pier

Openingsblog  – Grutte Pier en het Zwaard van het Lot

Openingsblog  – Grutte Pier en het Zwaard van het Lot

 

 

Lang voordat de kronieken van koningen werden geschreven, voordat Rome zijn adelaars over de wereld liet vliegen, en voordat de geschiedenis haar verhalen in steen beitelde, werd in de nevelen van het oude Friesland een kind geboren.

 

 

Zijn naam was Pier.

 

 

Nog niet de reus die later bekend zou worden als Grutte Pier.

 

 

Nog niet de krijger die legers deed sidderen.

 

 

Nog niet de beschermer van een vrij volk.

 

 

Slechts een jongen.

 

 

Maar niet zomaar een jongen.

 

 

Want op de nacht van zijn geboorte keek Godin Freya vanaf haar gouden troon uit over de werelden van mensen en goden.

 

 

Zij zag wat komen ging.

 

 

Zij zag hoe Rome zijn schaduw steeds verder over Europa zou werpen.

 

 

Zij zag hoe vrije volken zouden worden onderworpen.

 

 

Hoe talen zouden verdwijnen.

 

 

Hoe oude wijsheden zouden worden vergeten.

 

 

En zij zag één lichtpunt.

 

 

Een Fries kind.

 

 

Een jongen met vuur in zijn hart en vrijheid in zijn ziel.

 

 

Maar Freya wist dat haar zoon niet mocht opgroeien tussen de goden.

 

 

Wie zijn volk wil leiden, moet eerst tussen zijn volk leren leven.

 

 

Daarom daalde zij in stilte af naar Midgard.

 

 

Op een mistige ochtend verscheen zij aan de rand van het Friese land.

 

 

In haar armen droeg zij haar pasgeboren zoon.

 

 

Een kind met vuurrood haar.

 

 

Een kind waarin het bloed van de reuzen en het bloed van de goden samenkwam.

 

 

Freya bereikte het dorp Kimswerd.

 

 

Daar legde zij haar zoon te vondeling.

 

 

Niet uit afwijzing.

 

 

Maar uit liefde.

 

 

Want zij wist dat zijn lot niet lag in gouden hallen of goddelijke paleizen.

 

 

Zijn lot lag tussen de Friezen.

 

 

Tussen vissers, boeren, zeelieden en vrije mensen.

 

 

Voordat zij vertrok, boog zij zich over haar zoon.

 

 

"Mijn zoon," fluisterde zij.

 

 

"Jij zult opgroeien als één van hen."

 

 

"Je zult hun vreugde kennen."

 

 

"Je zult hun verdriet dragen."

 

 

"Je zult hun vrijheid verdedigen."

 

 

"En wanneer de tijd gekomen is, zul je ontdekken wie je werkelijk bent."

 

 

Vanaf die dag bleef Freya over Friesland waken.

 

 

De Friezen genoten haar bescherming.

 

 

Niet omdat zij machtig waren.

 

 

Niet omdat zij rijk waren.

 

 

Maar omdat zij weigerden te knielen voor tirannen.

 

 

Waar andere volken hun knieën bogen voor de adelaar van Rome, bleven de Friezen rechtop staan.

 

 

Waar Rome belastingen eiste, bewaakten zij hun vrijheid.

 

 

Waar Rome gehoorzaamheid verlangde, kozen zij hun eigen weg.

 

 

Niet uit koppigheid.

 

 

Maar omdat zij geloofden dat geen mens geboren wordt om eigendom van een ander te zijn.

 

 

De Friezen knielden niet.

 

 

Niet voor koningen.

 

 

Niet voor keizers.

 

 

Niet voor Rome.

 

 

En juist daarom hield Freya van hen.

 

 

Volgens de overlevering vermengde het bloed van haar zoon zich later met het Friese volk.

 

 

Het rode haar van de reuzen verscheen steeds vaker onder de Friezen.

 

 

En het godenbloed van Freya stroomde voort in de aderen van haar kinderen.

 

 

Maar voordat Freya Friesland verliet, had zij nog één taak.

 

 

In haar hand droeg zij Valhöllsverð.

 

 

Het zwaard dat Odin had gesmeed uit het vuur van de sterren en het ijzer van gevallen hemelstenen.

 

 

Een zwaard waarop runen stonden geschreven die zelfs de oudste zieners niet konden lezen.

 

 

Niet voor koningen.

 

 

Niet voor krijgsheren.

 

 

Niet voor keizers.

 

 

Maar voor één jongen.

 

 

Voor haar zoon.

 

 

Op dezelfde dag dat zij Pier te vondeling legde, reisde Freya naar het hart van het Friesche Rijk.

 

 

Daar stond de grootste steen van het land.

 

 

Een steen waarvan de verhalen vertelden dat hij ooit door reuzen uit het noorden was achtergelaten.

 

 

De steen torende hoog boven het landschap uit.

 

 

Iedere Fries kende hem.

 

 

Iedere reiziger zag hem.

 

 

Iedereen wist waar hij lag.

 

 

Freya beklom de top.

 

 

De lucht kleurde goud.

 

 

De wolken weken uiteen.

 

 

De wind hield zijn adem in.

 

 

Toen hief zij Valhöllsverð omhoog.

 

 

Het godenzwaard schitterde als duizend sterren.

 

 

"Vandaag begint zijn reis."

 

 

Haar stem droeg over velden, bossen en zeeën.

 

 

"Vandaag wordt een zoon geboren."

 

 

"Niet als prins."

 

 

"Niet als koning."

 

 

"Wel als een vrij man."

 

 

Daarna richtte zij haar blik naar het zuiden.

 

 

Naar Rome.

 

 

Het rijk dat zichzelf eeuwig waande.

 

 

Het rijk dat steeds verder oprukte.

 

 

Het rijk dat geloofde dat alle volken uiteindelijk zouden knielen.

 

 

Een glimlach verscheen op haar gezicht.

 

 

"Niet Friesland."

 

 

Met één machtige beweging dreef zij Valhöllsverð diep in de steen.

 

 

Donder brak los.

 

 

Bliksem verlichtte de hemel.

 

 

De aarde beefde.

 

 

Maar de steen brak niet.

 

 

Het zwaard bleef staan.

 

 

Onaantastbaar.

 

 

Onbeweeglijk.

 

 

Alsof het altijd al onderdeel van de steen was geweest.

 

 

Toen sprak Freya haar voorspelling.

 

 

"Laat koningen komen."

 

 

"Laat krijgsheren komen."

 

 

"Laat keizers komen."

 

 

"Laat zelfs Rome zijn sterkste mannen sturen."

 

 

"Niemand zal dit zwaard trekken."

 

 

"Niemand zal het bewegen."

 

 

"Niemand zal het bezitten."

 

 

"Tot de dag waarop mijn zoon volwassen wordt."

 

 

"Tot de dag waarop hij zijn lot aanvaardt."

 

 

"Tot de dag waarop hij zijn geboorterecht opeist."

 

 

"Dan zal Pier komen."

 

 

"En op die dag zal het zwaard hem herkennen."

 

 

Vanaf dat moment werd de steen het middelpunt van duizenden verhalen.

 

 

Generaties Friezen groeiden op met de legende.

 

 

Kinderen speelden rondom de steen.

 

 

Krijgers probeerden hun kracht.

 

 

Vorsten kwamen van verre.

 

 

Geen van hen kreeg het zwaard ook maar een haarbreed in beweging.

 

 

De jaren werden decennia.

 

 

De decennia werd een generatie.

 

 

En terwijl het verhaal van Valhöllsverð steeds groter werd, groeide ergens in Kimswerd een jongen op die geen idee had dat de legende over hem ging.

 

 

Een jongen met rood haar.

 

 

Met het bloed van Freya.

 

 

Met het bloed van Talamokh oude wijze  reus.

 

 

Een jongen die later zijn naam zou verdienen.

 

 

Niet als kleine Pier.

 

 

Maar als:

 

 

GRUTTE PIER.

 

 

---

 

 

Wordt vervolgd...

 

 

In Blog 2 – Grutte Pier, de Val van Rome en de Opkomst van het Friesche Rijk, bereikt Pier de leeftijd waarop hij volgens de voorspelling voor de Steen van het Lot verschijnt. Voor het eerst in tijden zal Valhöllsverð antwoorden op de hand waarvoor het werd gesmeed.

 

 

---

 

 

Ontdek meer verhalen over vrijheid, bewustwording en de reis van de mens.

 

 

De boeken van Maarten Lusink nemen je mee op avonturen waarin oude wijsheid, mythologie, geschiedenis en persoonlijke groei samenkomen.

 

 

Bestel de boeken via:

 

 

http://www.reisuitdegrot.nl

 

 

Misschien vind je tussen die pagina's niet alleen een verhaal...

 

 

...maar ook een stukje van je eigen weg naar vrijheid.

 

 

0
Feed

Schrijf een reactie